Tijdens een vlucht

Alle fases die tijdens een vlucht plaatsvinden, in volgorde

Een vlucht van A naar B bestaat uit een aantal fases die hieronder worden beschreven. Tijdens een vlucht moeten de piloten specifieke handelingen uitvoeren die in een of meer fases aan de orde zijn en als je hier iets van weet voordat je komt vliegen, heb je een beter idee wat je straks allemaal in de cockpit moet doen. Op die manier haal je het maximum aan energie en kennis uit je vlucht! Lezen dus….

Fase 1: Gate / Pushback

pushback yellow wingsJe bevindt je in de cockpit van onze Boeing 737-NG. De motoren zijn al gestart en je staat geparkeerd aan de gate van Amsterdam Airport. Alles ziet er nogal ingewikkeld uit en er zijn veel onbekende knoppen, maar geen nood; alles wat je nodig hebt om te kunne  vliegen leggen we uit. Je zet zelf de nodige informatie in de systemen van het vliegtuig, samen de de andere piloot die met je mee gekomen is.  Belangrijk is dat je samen checkt of alles goed is ingesteld, zoals dat in het echt ook gebeurt. Beide piloten werken als een gelijkwaardig team waarin beiden een eigen en strikt gescheiden rol hebben. Nadat alles is ingesteld zijn jullie klaar om te vertrekken. In een vliegtuig zit geen “achteruit”;  een pushback truck duwt je via het neuswiel naar achteren en zet het vliegtuig zo neer dat je verder zelf kunt gaan taxiën.

 

Fase 2: Taxiën

map EHAM yellow wingsHet vliegtuig staat nu op het platform, klaar om te taxiën. Je moet nu eerst aan de verkeersleider toestemming vragen om naar de startbaan te rijden die in het vluchtplan staat. De verkeersleider vertelt je heel precies hoe je dat moet doen en welke taxibanen je moet gebruiken. Dat werkt net als een stratenkaart, alleen heet een staat hier bijv. A(alfa)15. Nadat je toestemming  én de route hebt gekregen, weet je hoe je naar de startbaan moet komen en ga je een beetje gas geven, zodat het vliegtuig gaat rollen. Je kijkt op de “stratenkaart” van het vliegveld voor de route en je stuurt met je voeten. Uiteindelijk kom je vlak naast de startbaan uit en daar zet je de handrem aan. Nu komt het spannendste deel van de vlucht; de Take-off.

 

Fase 3: Take-off

Daar sta je dan, het vliegtuig heeft een paar ton brandstof aan boord, zit vol met passagiers en bagage, het weer is perfect en je mag het take-off zelf uitvoeren. Net als de pushback en het taxiën, moet je ook  hier eerst toestemming vragen voor de take-off. Deze toestemming is ontzettend belangrijk. Een startbaan is een gevaarlijke plek, omdat er veel vliegverkeer aanwezig is dat met hoge snelheden vertrekt of aankomt. Eén van de checks is goed uit het raam kijken naar vliegtuigen op of rond de baan!.

KLM takeoff yellow wingsNadat je de toestemming hebt gekregen moet je samen als een team werken, een take-off vereist onwijs veel concentratie en precisie. Je zult merken dat er binnen een cockpit een duidelijke taakverdeling is; dit wordt duidelijk tijdens hele drukke fases van een vlucht zoals bij de take-off. De vliegende piloot houdt het toestel in het midden van de baan en de andere piloot houdt de instrumenten nauwlettend in de gaten. Hij geeft de piloot de opdracht op aan de stuurknuppel te trekken als het vliegtuig voldoende snelheid heeft gekregen.

 

 

 

Fase 4: Vertrek / Klimmen

Jullie vliegen nu de lucht in, en je zult al heel snel merken dat het vliegtuig behoorlijk snel kan klimmen! Dit mag natuurlijk niet altijd, een vliegtuig moet bepaalde punten  op een vastgestelde hoogte passeren ; dit heeft te maken met de regeling van het overige verkeer. Deze routes zijn allemaal gemaakt voor de veiligheid en heten in de luchtvaart SID’s (Standard Instrumental Departure). Als een vliegtuig vanaf een vliegveld vertrekt moet het een SID volgen, het is precies hetzelfde als een auto die veilig de snelweg op moet komen via een oprit. Een SID is een oprit binnen de luchtvaart.

Nu moet je samen het vliegtuig veilig op hoogte zien te krijgen en nauwkeurig de SID blijven volgen. Dit eist volle concentratie en daarnaast moet je samen verschillende procedures doorlopen (wielen omhoog trekken, hendels en knoppen bedienen, boordcomputers verder programmeren, contact houden met de verkeerstoren). Er is vaak ook verkeer in de buurt waarvoor de luchtverkeersleider je waarschuwt. Je moet dan uit het raam kijken voor een visuele bevestiging. Als het druk is kun je een opdracht krijgen om van de SID af te wijken.

 

Fase 5: Kruisvlucht
condensstrepen yellow wingsDe kruisvlucht is vaak het langste gedeelte van de vlucht, maar dit betekent niet dat je het rustig krijgt. Tijdens een kruisvlucht dient elke piloot er voor te zorgen dat het vliegtuig volledig in orde is en blijft. Dit betekent dat je continu naar je (motor) instrumenten moet kijken, radio frequenties moet veranderen, en je brandstof in de gaten moet houden en je hebt steeds contact met de luchtverkeersleider om te controleren dat alles nog overeen komt met het vluchtplan.

Controles voer je samen uit aan de hand van een checklist. Heel belangrijk is dat je telkens een stap vooruit moet plannen en denken. Altijd het vliegtuig voor zijn; jij  moet het vliegtuig besturen, en niet andersom! Als je weet wat je nu aan het doen bent en weet wat je over 5 minuten moet gaan doen, krijgen je hersenen even rust. Dat is super belangrijk, want als er nu iets mis gaat heb je je volledige hersencapaciteit beschikbaar om het op te lossen.

 

Fase 6: Overige Opdrachten

Een vliegtuiweerradar yellow wingsg moet niet alleen veilig van A naar B vliegen, maar ook op tijd aankomen, want er is een gate gereserveerd en die reservering geldt maar voor korte tijd! Ook belangrijk is dat de passagiers de vlucht als comfortabel ervaren, want anders komen ze niet meer terug. Dus scherpe bochten maken en meer dan het minimum aan beweging is niet prettig voor de passagiers en moet voorkomen worden.

Het kan zijn dat je om moet vliegen als je een onweersbui voor je ziet op de radar. Of een vliegveld is ineens dicht en je moet uitwijken naar een ander vliegveld. Er kan een passagier ineens ziek worden waardoor je naar het dichtstbijzijnde vliegveld moet etc.

 

Fase 7: Daling

Het is zover. Je nadert de bestemming maar je zit op ruim 10 kilometer hoogte boven de grond. Het is tijd om de daling in te zetten. Wat moet er allemaal precies gebeuren?

Voor je de daling gaat inzetten hebben jullie al opdracht gekregen om volgens het vluchtplan te gaan dalen. Een vliegtuig moet een bepaalde route volgen om veilig naar het vliegveld te komen voor een landing, dit kan met behulp van een Standard Arrival. (STAR)

Net als bij de take-off is een STAR een afrit van de snelweg en zorgt er voor dat je veilig naar beneden komt zonder het overige vliegverkeer te hinderen.

Je moet samen met je copiloot procedures gaan uitvoeren voor een veilige en comfortabele daling. Ook hier is het comfort van de passagiers belangrijk, zij zijn het bestaansrecht van de maatschappij. Er zijn heel veel procedures tijdens een daalvlucht, bijvoorbeeld: snelheid verminderen, boordcomputers goed programmeren, frequenties overzetten, naar buiten kijken voor overig verkeer, en natuurlijk ook blijven vliegen. De daling is spannend en je moet goed samen blijven werken. Jullie krijgen het behoorlijk druk en je moet heel precies volgen wat de verkeerleider van je wil, want hij moet alle vliegtuigen voor dezelfde landingsbaan achter elkaar “uplinen”. Tussen alle landende vliegtuigen moet natuurlijk voldoende ruimte blijven.

 

Fase 8: Nadering (Approach)
In de luchtvaart begint de Approach (nadering) aan het einde van de STAR (de afrit van onze snelweg). Het vliegtuig is al op een bepaalde hoogte meestal rond 2000-3000 feet ( tussen 700 en 1000 meter) en de crew moet op dit moment het vliegtuig klaar maken om verder te dalen voor de landing.

De approach is het meest cruciale moment van elke vlucht; als er een ongeluk plaatsvindt in de luchtvaart is dit meestal tijdens de approach en landing. Jullie hebben de gehele vlucht al goed samengewerkt en jullie weten op dit moment al ongeveer wat jullie aankunnen. Bij de approach komen deze vaardigheden samen en jullie moeten nu onder druk presteren. Je moet de snelheid verminderen, het vliegtuig configureren met de flaps, landings gestel, verlichting en ook nog stabiel blijven dalen richting de baan. De approach is een flinke uitdaging, zeker als u het voor het eerst doet. De instructeur vertelt wel hoe het moet, maar je moet je moet toch mooi zelf landen!

 

Fase 9: Landing

De landing is meelanding Martnair Yellow wingsstal  het spannendste moment van de vlucht, niet alleen voor de passagiers, maar ook voor de piloten! Bij een landing gaat het over de laatste minuut van een vlucht waarin alles perfect moet zijn, de snelheid, de daalsnelheid, configuratie; alles.

In deze laatste minuut van de vlucht zijn er weinig procedures, omdat deze allemaal al tijdens de approach moeten zijn doorgenomen. Een landing vereist opperste concentratie en mag er niets zijn om de piloot af te leiden. Je vliegt beheerst het laatste gedeelte met behulp van diverse instrumenten en met zicht op de landingsbaan. Dit wordt je eerste landing!

Dit is het moment om zeer aandachtig naar de instructeur en je copiloot te luisteren, de instrumenten goed te interpreteren, kleine correcties uit te voeren, helder en kort  te communiceren en tijdig de juiste beslissingen nemen om bijvoorbeeld een doorstart te maken als je ziet dat het niet goed gaat,

Dit is ultiem Multi-tasken! Zoals je in fase 5 geleerd heeft, denk je altijd een stap vooruit; jij leidt het vliegtuig en niet andersom   De instructeur zal je tips geven en je begeleiden tot aan de baan en na de landing moeten jullie remmen door o.a. de straalomkeerder te gebruiken. Nadat je voldoende bent afgeremd, worden de flaps ingetrokken, de landingslichten gaan uit en en ook de autobrake moet uit. Uiteraard moet je zo snel mogelijke van de landingsbaan af, want achter jullie komt het volgende toestel al aan!