Informatie over vliegen

Informatie over vliegen Wat is er nodig om een vliegtuig te laten vliegen?

Informatie over vliegen 1. Krachten op het vliegtuig

Er zijinfo over vliegen1 yellow wingsn vier krachten die op het vliegtuig inwerken;  dit zijn lift, stuwkracht, wrijvingskracht en de zwaartekracht. De stuwkracht wordt gecreëerd door de motoren van het vliegtuig; hoe groter de stuwkracht die de motoren leveren, hoe sneller het vliegtuig zal vliegen. Door de toename van de snelheid zal ook de tegengestelde kracht, nl. de weerstand of wrijvingskracht toenemen. De lift wordt gegenereerd door de lucht die bij een bepaalde snelheid op de vleugels inwerkt, waardoor een kracht naar boven ontstaat. Daar tegenover bestaat de zwaartekracht die het vliegtuig weer naar beneden probeert te krijgen. Om “straigt and level”, dus rechtuit op gelijkehoogte te blijven vliegen moet de liftkracht even groot zijn als de zwaartekracht. Om te klimmen moet de liftkracht weer groter zijn dan de zwaartekracht. Als je met een bepaalde continue snelheid wilt vliegen zal de stuwkracht net zo groot zijn als de weerstand.

 

Informatie over vliegen 2. Generatie van Lift

info over vliegen2 yellow wingsEen vleugel is speciaal ontworpen om maar één ding te gaan doen en dat is lift creëren. Maar hoe genereert een vleugel lift? Als een vliegtuig snelheid maakt dan passeert er lucht over de vleugel. Een vleugel heeft een bolle bovenkant en een vlakke onderkant. Luchtdeeltjes die vanaf de voorkant dan de vleugel bovenlangs gaan moeten daarmee een langere weg afleggen om op hetzelfde moment aan de achterkant van de vleugel te zijn dan de deeltjes die langs de onderkant van de vleugel gaan.  Ze moeten dus sneller gaan en dat betekent dat de luchtdruk daalt. Een vleugel “drijft”dus niet op de lucht, maar wordt door de onderdruk aan de bovenkant van de vleugel omhoog getrokken.

Informatie over vliegen 3. Turbulentie

info over vliegen3 yellow wingsTurbulentie is een fenomeen binnen de luchtvaart en het komt vaak voor, soms is het erg goed te merken en soms helemaal niet, maar wat is het precies? Het heeft in elk geval iets te maken met beweging van lucht. Wind wordt gedefinieerd als horizontale beweging van de lucht, turbulentie is een verticale beweging  Wind ontstaat als de lucht van een plaats van hoge luchtdruk naar een plek met lage luchtdruk gaat. Bij turbulentie gebeurt hetzelfde, maar dan in verticale richting. Dit ontstaat als warme lucht naar boven stijgt of koude lucht naar beneden verplaatst. In werkelijkheid gebeurt dat tegelijkertijd; warme en koude lucht die bij elkaar komen zorgen voor flinke luchtdrukverschillen en als het vliegtuig daar doorheen vliegt, zal het  zowel op en neer, en heen en weer bewegen. Turbulentie brengt een vlucht niet in gevaar, een vliegtuig is speciaal voor ontworpen om die krachten aan te kunnen. Dat maakt een vlucht wel minder comfortabel en je kunt er last van hebben als passagier. Vliegtuigen zelf zorgen ook voor turbulentie, zie foto. Dit komt door de luchtdrukverschillen die de vleugels opwekken. Dat betekent dat vliegtuigen niet direct na elkaar mogen opstijgen, dan is de lucht nog teveel in beweging. Er zit altijd een bepaald aantal seconden tussen de start van twee vliegtuigen, afhankelijk van de grootte van die toestellen..

 

Informatie over vliegen 4. Hulpmiddeleninfo over vliegen4 yellow wings

Als een vliegtuig eenmaal hoog in de lucht vliegt, heeft het genoeg snelheid en ruimte om lift te creëren. Bij het opstijgen en landen ben je afhankelijk van hoelang de startbaan is. Om dan toch zoveel mogelijk lift te creëren heeft een vliegtuig flaps of vleugelkleppen. Deze zitten aan de achterkant van de vleugel en worden bij de start en landing gebruikt. De flaps vergroten het vleugeloppervlak en de bolling van de vleugel waardoor er meer lift wordt gecreëerd bij een relatief lage snelheid.  Zo kan je op een korte baan toch genoeg lift genereren om op te stijgen of te landen. Door de flaps te gebruiken heb je minder snelheid nodig om van de grond te komen en te landen.

 

Informatie over vliegen 5. De besturing op de grond en in de lucht

info over vliegen5 yellow wingsEen vliegtuig moet natuurlijk bestuurd worden en dat gaat iets anders dan in de auto……. Op de grond moet je sturen met je voetenstuur. Beide voeten rusten op het voetenstuur en als je je rechter voet naar voren duwt, gaat het neuswiel naar rechts en het vliegtuig dus ook. eenmaal in de lucht, kun je je voeten van het voetenstuur halen en je stuurt nu met de stuurknuppel (Yoke). Een vliegtuig moet de neus omhoog halen om te kunnen klimmen. Dit doe je door de Yokel naar je toe te trekken. De neus zal omhoog gaan en het vliegtuig gaat klimmen. Let wel op, de snelheid zal hierdoor verminderen, dat moet je wel goed in de gaten houden. Een vliegtuig heeft een bepaalde minimum snelheid nodig om te kunnen vliegen, daar mag je NOOIT onder komen. Om te dalen moet de neus van het vliegtuig naar beneden. Dit doe je door de Yoke naar voren te duwen. Hierbij zal de snelheid weer oplopen. Let op dat de snelheid niet te ver oploopt.

Om een bocht te draaien zal je naar het stuur naar links of naar rechts moeten draaien. Het vliegtuig gaat vanzelf mee. Als je in de auto je stuur naar links draait zul je naar links gaan en die bocht blijft precies hetzelfde als je je stuur stil blijft houden. in een vliegtuig werkt dat niet zo! Als je naar links wilt draai je de Yoke drie seconden naar links en daarna weer terug naar het midden. Als de Yoke naar links gedraaid blijft, zal de bocht steeds steiler worden en dat mag niet. Na drie seconden naar links draaien, zal het vliegtuig begonnen zijn met de draai en nu heb kun je zien hoe steil de bocht is. Je mag niet meer dan 25 graden scheef hangen, want dan vallen de koffiekopjes bij de passagiers om! Je kunt nu de bocht in stand houden door steeds een klein beetje bij te sturen en uit de bocht komen die je door op dezelfde manier tegen te sturen.

Tijdens een bocht verliest het vliegtuig ook een beetje lift. Hierdoor zal het vliegtuig willen zakken. Trek tijdens een bocht het stuur ook een beetje naar je toe om op hoogte te blijven.

 

Informatie over vliegen 6. Trimmen

info over vliegen6 Yellow WIngsBij een klim zul je het stuur naar je toe moeten trekken. Dit is best vermoeiend voor de armen als dit lange tijd gedaan moet worden. Daar is trimmen voor uitgevonden. Het trimvlak is een vlak op het horizontale staartvlak dat de staart naar boven of beneden duwt. Daardoor komt het vleigtuig valk te liggen, zonder dat je aan de Yoke hoeft te komen. Op de bovenkant links op de Yoke zit een trimknop waarmee je dit trimvlak kan instellen. Bij een klim kan je de neus omhoog trimmen door onderaan op de trimknop te drukken. Bij de daling kan je de neus omlaag trimmen door de trimknop bovenaan op de trimknop te drukken. Dit maakt het sturen tijdens het vliegen een stuk makkelijker. Als een vliegtuig goed getrimd, kun je de Yoke eigenlijk gewoon loslaten.

 

Informatie over vliegen 7. Primary flight Display

Boeing 737 800 instrumenten 3 Yellow WingsHet Primary Flight Display (PFD) is misschien wel het belangrijkste scherm in de cockpit. Hierop komt alle belangrijke informatie samen die je nodig hebt om te kunnen vliegen.

In het midden is een groot vlak blauw en bruin vak te zien. Dit is de kunstmatige horizon. Twee zwarte vleugeltjes geven de stand van het vliegtuig aan. Het roze kruis is de Flight Director. Dat is een hulpmiddel om het goede vliegpad te volgen. De computer berekent de meest ideale weg door de lucht en geeft dat weer als een kruis van twee roze lijnen. Het zwarte veerkantje dat precies tussen de vleugels zichtbaar is moet exact in het kruis van de twee lijnen zitten. Hoe doe je dat? Je moet dat vierkantje naar het kruis toe bewegen. Dus; als het kruis links-boven van het vierkantje zit, dan moet je aan de Yoke trekken (de neus gaat omhoog) en naar links draaien. Op die manier komt het vierkantje in het kruis te staan en dan is het zaak hem daar te houden!

Links is een verticale grijze kolom met getallen te zien. Dit is de snelheidsmeter. In een vlak met grotere cijfers is de huidige snelheid te zien die gevlogen wordt. Een roze pijl daarnaast geeft de ingestelde snelheid aan die ook bovenaan in roze te zien is. Die snelheid stel je in op het MCP, zie bij de info over het MCP

Rechts zijn er twee grijze kolommen te zien. De grote aan de binnenkant geeft de hoogte aan in voeten. Een voet is ongeveer 30,5 centimeter. In het zwarte vak staat de actuele hoogte. De kleinere kolom rechts daarvan geeft de verticale snelheid aan. Het laat dus zien of je omhoog of naar beneden gaat en hoeveel voet per minuut. Op de foto gaat het toestel meer dan 1000 voet per minuut omhoog.

De halve cirkel aan de onderkant is een kompasroos. Het getal aan de bovenkant geeft de huidige koers aan.

Met dit scherm heb je alle waardes die belangrijk zijn om te vliegen bij elkaar en kun je in een oogopslag zien wat het vliegtuig aan het doen is. Er is nog veel meer informatie weergegeven op het PFD, maar dat gaat te ver voor nu.

 

Mode control panel

Info over vliegen 8 yellow wingsTussen alle schermen en de ramen van de cockpit in zit het Mode Control Panel (MCP). Hiermee kunnen waardes in de computer invoeren die je wilt gebruiken om te vliegen.

De twee buitenste draaiknoppen zijn de “course selectors”. Hiermee kun je op het navigation display zichtbaar maken welke koers je moet vliegen om naar een vooraf ingesteld baken te kunnen vliegen. Als de witte pijl op het navigation display zijn precies naar het baken wijst, vlieg je daar recht op af. Ook voor de landing kun je deze knop gebruiken. Je moet dan de richting van de baan instellen op de “course selector”.

Hiernaast bevindt zich een knop voor de “autothrottle”. Dit is het deel van de automatische piloot die de stuwdruk zo regelt dat je de vooraf ingestelde hoogte en snelheid vast houdt. Als je dezelfde snelheid wilt houden, terwijl je gaat klimmen, heb je meer stuwdruk nodig en als je gaat dalen minder. Dat regelt de “autothrottle” automatisch; Je ziet de gashendels vanzelf naar voren en naar achteren gaan.

Rechts daarnaast zit een draaiknop met een schermpje erboven (IAS/MACH) Hiermee kan de snelheid worden ingesteld die je wilt vliegen. Simpel gezegd is dit dus de cruise control van een vliegtuig. Door de “autothrottle” aan te zettten zal het vliegtuig de ingestelde snelheid bereiken en vasthouden, daar hoef je dus niets aan te doen.

De knop rechts ernaast is voor het instellen van de richting (HEADING) . Door aan deze knop te draaien kun je de koers instellen die je wilt vliegen. Door op de knop “HDG SEL” eronder te drukken wordt de koers actief en zal de Flight Director naar de koers wijzen.

Recht hiernaast zit de instelknop voor de hoogte (ALTITUDE). Door te draaien kan de hoogte worden ingesteld in voeten. Daarnaast zit de knop die samenwerkt met de hoogte knop. De verticale snelheid knop (VERT SPPEED). Daarmee kun je instellen hoeveel voet per minuut het toestel moet stijgen of dalen. Dat kan het vliegtuig overigens ook zelf doen. Als je wilt dat het vliegtuig zelf stijgt of daalt naar een ingestelde hoogte, druk je op “LVL CHG”.

Verder naar rechts staat “A/P ENGAGE”. Dit zijn de knoppen voor de automatische piloot. Door op een van de knoppen “CMD A” of “CMD B” te drukken wordt de automatische piloot geactiveerd. Wil je de automatische piloot weer uitschakelen, dan dient de grijze knop daaronder verticaal naar beneden worden gedrukt. Een alarm zal aangeven dat de automatische piloot is uitgeschakeld.

Zoals je ziet komt er nogal wat kijken voordat je de lucht in kunt. Hoe meer je van tevoren weet over vliegen, hoe beter je met het toestel overweg kunt. Heel veel plezier met de voorbereiding!